Nederland werkt!

Hoofdpagina

Nederland werkt!
(Tom van Leeuwen)
Heeft u ook een uitgewerkt plan over hoe Nederland zou kunnen werken?
Stuur het me ter publicatie op.

Elseviers artikel over de monarchie. Met commentaren.

Overheid, Onderwijs en Oorlog

Interessante websites

Contact












































Overheid, Onderwijs en Oorlog


Burgers beginnen geen oorlogen. Aanvalsoorlogen worden zonder uitzondering begonnen door overheden. Gebiedsuitbreiding, macht... de burgers en soldaten zijn enkel slachtoffer van de grootheidswaanzin en machtswellust van hun heersers.

De vraag is: hoe hebben de overheden in de loop van de geschiedenis hun bevolking steeds weer weten te motiveren om, soms vol overgave, aan hun oorlogsplannen mee te werken? De burgers en soldaten zijn zonder uitzondering áltijd de grote verliezers. Overwinningen werden gevierd als verlossing uit tijden van lijden en persoonlijke verliezen, vaak zonder te beseffen dat deze vernederende perioden hen werden opgelegd door grotere systemen, waarin zij slechts als een radertje meedraaiden.

De grote oorlogen en conflicten van de 20e eeuw kennen hun begin in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Om een analyse te kunnen maken van de wérkelijke oorzaken van deze oorlog, moeten we de situatie beschouwen in heel Europa. Nederland speelde in dit uitermate bloedige conflict slechts een kleine rol.
Alle latere grote oorlogen zijn een direct gevolg van de Eerste Wereldoorlog. Het Vredesverdrag van Versailles liet Duitsland achter met herstelbetalingen die, indien de Tweede Wereldoorlog niet zou hebben plaatsgevonden, pas in de jaren 1980 zouden zijn afbetaald.
De enorme schuldenlast die de Eerste Wereldoorlog naliet aan de West-Europese landen, en in het bijzonder aan Duitsland, lag ten grondslag aan de periode van hyperinflatie en economische teruggang die een rijke voedingsbodem vormden voor de opkomst van een van de vreselijkste vormen van overheidsmanipulatie die de wereld heeft gekend: het Nationaal Socialisme. Deze extreem-linkse, autoritaire overheidsvorm maakte dusdanig misbruik van de ontreddering van de burgers, dat een beschaafd en hoogontwikkeld volk als het Duitse werd omgevormd in een uitermate agressieve samenleving. Met "Wir haben es nicht gewüsst" bedoelen de Duitsers waarschijnlijk vooral: "We wisten niet dat de overheid waarin wij vertrouwden ons zó heeft kunnen bedriegen".

Maar begon de overheidsindoctrinatie pas ná de Eerste Wereldoorlog? Wat was de wérkelijke oorzaak van de Eerste Wereldoorlog, de oorlog waarmee alle ellende begon?

Laten we teruggaan naar de 19e eeuw. Een eeuw van relatieve rust in Europa. Het continent verkeerde nog in de roes van de Verlichting. De overheden hadden relatief weinig macht. Zowel Europa als ook Noord-Amerika beleefden een periode van lage belastingen en weinig overheidsinvloed. Vrijheid. Dit was een ideale situatie voor de Industriële Revolutie. De technologische vooruitgang bracht welvaart en nieuwe ontwikkelingen, die ook in de kunst en muziek tot uiting kwamen.
De Industriële Revolutie veroorzaakte echter ook maatschappelijke tegenstellingen. Tegenstellingen die te vergelijken waren met de maatschappelijke verhoudingen van vroegere perioden. Slechts enkelen wisten optimaal te profiteren van de nieuwe kansen. De meerderheid van de bevolking bleef afhankelijk van de nieuwe elite; zwaar werk in de landbouw werd ingeruild voor zwaar werk in de fabrieken.

En het onderwijs? Het onderwijs in de eerste helft van de 19e eeuw was privaat. Scholen moesten concurreren om hun positie te kunnen handhaven. Deze concurrentie bracht diversiteit, kwaliteit en lage prijzen met zich mee. Zoals in iedere vrije markt konden goede scholen méér vragen voor hun diensten en met die inkomsten konden ze beter personeel aantrekken. Onderwijzers waren afhankelijk van hun resultaten. Velen van hen waren ondernemers die hun didactische werkzaamheden gebruikten als aanvulling op hun inkomen. Veel scholen gebruikten een prestatiegericht systeem waarin de beste leerlingen de minder snelle klasgenoten hielpen.
De leerstof op de scholen was gericht op de praktijk, dit geheel in tegenstelling tot de veelal religieuze scholing die in vroegere perioden de overhand had en waarin voornamelijk zaken werden onderwezen die de leerlingen in het dagelijkse leven niet nodig hadden.
Het effect van dit concurrentiesysteem in het onderwijs was dat het analfabetisme onder de bevolking geleidelijk aan afnam.
Deze situatie van geleidelijke ontwikkeling werd aan het eind van de 19e eeuw wreed verstoord door een nieuwe tendens. De overheden, die zich tot dan toe terughoudend hadden opgesteld, begonnen nieuwe initiatieven te ontwikkelen om het onderwijs van de burgers naar zich toe te trekken. De invoering van het Staatsonderwijs had een enorme invloed op de onderwijsmarkt. "Gratis onderwijs!" Daar valt moeilijk tegen te concurreren. Onderwijzend personeel werd vervangen door ambtenaren, de overheden bepaalden de leerstof van de Staatsscholen.
Maar was dit onderwijs wel zo "gratis"? Waar kwam het geld vandaan om deze Staatsscholen te laten functioneren? Juist... belastingen. Iedere "gratis" dienstverlening van de overheid wordt bekostigd uit belastingen en deze belastingen worden opgebracht door de burgers. Gratis onderwijs, gratis schoolboeken, gratis gezondheidszorg... uiteindelijk presenteert de overheid de rekening bij de burgers, terwijl dezelfde overheid wél de beschikking krijgt om de inhoud van deze dienstverleningen vorm te geven.

Veel mensen denken nu dat juist het armste deel van de bevolking van de Staatsscholen kon profiteren. Maar helaas, niets is minder waar. De kinderen van deze burgers konden nog steeds niet naar school, omdat hun arbeid noodzakelijk was om de gezinsinkomsten aan te vullen. Maar omdat ook de armsten direct of indirect bijdroegen aan de kosten van de Staatsscholen, waren ze nog slechter uit dan voorheen. Pas in 1874 werd in Nederland kinderarbeid (onder de 12 jaar) in de fabrieken verboden, landarbeid viel daar niet onder.
De Industriële Revolutie had ondertussen al zo´n positief effect op de inkomsten van de arbeidersklasse dat zelfs de armsten bést het commerciële onderwijs van vóór de Staatsscholen hadden kunnen bekostigen; bedenk dat door de concurrentie de kosten laag waren en de efficiëntie hoog!
Waarom dan tóch Staatsscholen? Het antwoord is vrij simpel. Wie het onderwijs bestuurt, bestuurt het volk. Terwijl de Verlichting ervoor had zorggedragen dat het religieuze onderwijs en de daarbij behorende godsdienstige indoctrinatie vrijwel was verdwenen, gaf de oprichting van de Staatsscholen aan het eind van de 19e eeuw de overheden de vrije hand de burgers te beïnvloeden en hen op te voeden tot brave radartjes in hun systeem.
Leerlingen werd onderwezen dat ze iets terug moeten doen als dank voor hun "voortreffelijke" onderwijs. Dat het een eer was om te sterven voor het Vaderland. Dat ze dat hun Vaderland verschuldigd waren.

Verklaart dit het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog? Waarschijnlijk slechts ten dele. Het Staatsonderwijs hielp echter wél zonder twijfel mee om de verandering in het denken van de burgers teweeg te brengen die noodzakelijk was om deze oorlog te kunnen beginnen.

Tom van Leeuwen, 18 juni 2010.